Voorbeeld meetrapport

In dit deel staat een voorbeeld weergegeven van de wijze waarop een meetrapport opgebouwd zou moeten zijn. Het is belangrijk je aan deze opzet te houden. Het experiment dat dient als bron voor dit meetrapport heeft als titel "eenparig versnelde beweging - stopwatch en meetlat". In deze proef wordt de beweging vastgelegd van een kogel die over een helling rolt. Het uiteindelijke doel van deze proef is het bepalen van de versnelling die de kogel ondervindt. Voor de volledigheid is de proefomschrijving ook op deze pagina weergegeven. Het is aan te raden de proefomschrijving en het meetrapport naast elkaar te gebruiken. Op deze manier worden de, voor een meetrapport geldende richtlijnen, snel duidelijk.

Voorbeeld meetrapport "Eenparig versnelde beweging - stopwatch en meetlat" downloaden
 

    Eenparig versnelde beweging - stopwatch en meetlat

    1.    Benodigdheden
           
- rail (ongeveer 1,10 m lang)
           
- houten blokje
           
- metalen kogel
           
- stopwatch
           
- rolmaat

    2.    Inleiding
           In deze proef rolt een kogel van een helling af. Hierbij voert de kogel een eenparig versnelde beweging uit. De opstelling die in deze proef gebruikt  
           wordt, staat schematisch weergegeven in onderstaande figuur.

                   
          

       Door een deel van de zwaartekracht zal de kogel een versnelling krijgen die een deel is van de valversnelling g. Voor de versnelling in deze situatie 
       geldt:
                  
      Opmerkingen:
       -  Voer elke meting meerdere malen uit en neem vervolgens het gemiddelde.
       -  Meting A: het blokje onder de rail moet een hoogte hebben van 1,0 cm.
       -  Meting B: het blokje onder de rail moet een hoogte hebben van 2,0 cm.

3.    Opstelling
       -  Bouw de opstelling zoals weergegeven in bovenstaande figuur.

4.    Meting A
       -  Op de rail staan maatstrepen aangegeven. Deze maatstrepen liggen op een afstand van 10 cm van elkaar.
       -  Laat de kogel steeds los bovenaan de helling. De hoogte van de helling is hier 1,0 cm.
       -  Meet de tijd die de kogel nodig heeft om de eerst 10 cm af te leggen. Voer deze meting meerdere malen uit en neem vervolgens het gemiddelde.
       -  Meet de tijd die de kogel nodig heeft om de eerste 20 cm af te leggen. Voer deze meting meerdere malen uit en neem vervolgens het    
          gemiddelde.
       -  Herhaal bovenstaande stap voor een afstand van 30 cm, 40 cm, enz. totdat de kogel uiteindelijk 1,0 m heeft afgelegd. In totaal heb je dan dus 10
          meetresultaten.

5.    Meting B
       -  Herhaal meting A, maar nu met een beginhoogte van 2,0 cm.

6.    Verwerking
       1.  Bereken de hellingshoek bij meting A en de hellingshoek bij meting B.
       2.  Bereken met behulp van de valversnelling en de hellingshoek de theoretische waarde voor de versnelling van de kogel bij meting A en bij meting 
            B.
       3.  Plaats de meetresultaten van meting A en meting B in een overzichtelijke tabel.
       4.  Maak van de meetresultaten een (s,t)-diagram. Het is handig om de twee metingen in één (s,t)-diagram te plaatsen, dan zijn ze eenvoudiger te
            vergelijken. Maak het (s,t)-diagram niet te klein anders valt er niets uit te bepalen.
      
5.  Bepaal op een zelf te kiezen tijdstip de snelheid van het wagentje. Zoek in het kernboek op hoe je dit moet doen, mocht je dit niet meer weten.
      
6.  Zet de (s,t)-diagrammen om in (v,t)-diagrammen.
      
7.  Bepaal uit de (v,t)-diagrammen de versnellingen van de wagen bij deze metingen. Zoek in het kernboek op hoe je dit moet doen, mocht je dit niet
            meer weten. De methode waarmee je deze versnellingen nu bepaald hebt, noem je methode I.
      
8.  Plaats de meetresultaten van meting A en meting B opnieuw in een overzichtelijke tabel. Hierin zet je echter niet de tijd t maar de tijd in het
            kwadraat t2.
       9.  Maak van de meetresultaten een (s,t2)-diagram. Het is handig om de twee metingen in één (s,t2)-diagram te plaatsen, dan zijn ze eenvoudiger te
            vergelijken. Maak het (s,t2)-diagram niet te klein anders valt er niets uit te bepalen.
      
10.  Bepaal uit de (s,t2)-diagrammen de versnellingen van de wagen bij deze metingen. Bestudeer hiertoe de formule waarmee je de verplaatsing
              kan beschrijven bij een eenparig versnelde beweging. Mocht je hier niet uitkomen vraag het dan je docent. De methode waarmee je deze
              versnellingen nu bepaald hebt, noem je methode II.
      
11.  Vat de uiteindelijke meetresultaten samen in een overzichtelijke tabel. Hierin zet je dus de eindresultaten (versnellingen) bepaald met behulp
              van methode I, bepaald met behulp van methode II en de theoretische waarden voor de versnelling.
      
12.  Verklaar de verschillen tussen de metingen A en B en eventuele afwijkingen met de theoretische waarden.
       13.  Leg uit welke van de twee gebruikte methoden om de versnelling te bepalen de grootste nauwkeurigheid te zien geeft.
       14.  Maak een (goed onderbouwde) schatting van de meetfouten in deze meting.

7.    Vragen
      
a.  Bereken de snelheid waarmee de kogel in meting A onderaan de helling aankomt.
       b.  Als er geen wrijving aanwezig zou zijn, zou de kogel met een snelheid van 3,2 m/s onderaan de helling aankomen. Bereken de versnelling die de
            kogel dan krijgt.

 

Terug